Snert

Snert: ik lust er wel pap erwtensoep van! Snert is lekker als ontbijt, heerlijk als lunchgerecht, lekker vullend als avondmaaltijd en ook uitstekend te gebruiken als tussendoortje.

Ik schud de snert altijd uit mijn mouw, maar het basisrecept komt van mijn mama. Het basisrecept staat onder mijn eigen snertverhalen.

Het langzame snertverhaal

Ingredienten:

  • 400 – 500 gram groene erwten
  • varkensvlees met botmateriaal
    Om een bouillon te maken, gebruik ik varkensvlees met botmateriaal. Dat kan zijn: varkenspoot, varkenskrabben, schouderkarbonade, hamschijf of een combinatie daarvan.
  • 2 uien
  • 1 grote of 2 kleine preien
  • 1 kleine winterwortel
  • 1 kleine knolselderij
    Is er geen kleine knolselderij, gebruik dan de helft van een grote. De ene helft voor in de snert, de andere helft even blancheren en na afkoeling in de vriezer bewaren voor de volgende keer snert.
  • groenteafval van ui, prei en winterwortel
    Ik bewaar altijd schoongemaakt snijafval van groenten in de koelkast. Als ik snert maak en ik heb geen snijafval in voorraad, dan maak ik de groenten alvast schoon. Ik haal de buitenste schil van de ui en van de prei. De bovenste “losse” bladeren van de prei haal ik ook van de prei af en was ik zorgvuldig. Wortels schil ik na het wassen met de dunschiller. De schillen gebruik ik in de bouillon.
  • 4-6 laurierblaadjes
  • 6-8 jeneverbessen
  • zout naar smaak

Doen – minstens 12 uur voor het koken:

  • Week de gewassen erwten minstens 12 uur in ruim water
  • Breng het varkensvlees met botmateriaal in koud water aan de kook.
  • Schuim de bouillon in wording af.
  • Voeg het groenteafval, de laurierblaadjes en de jeneverbessen toe en laat het geheel uren koken.
    Ik doe de bouillon na een half uur koken in de crockpot (slow cooker). Soms laat ik de bouillon daarin een hele nacht trekken.

Doen – het vervolg

  • Giet de bouillon af door een zeef en breng de bouillon weer aan de kook.
  • Spoel de geweekte erwten goed af en voeg ze toe aan de bouillon.
  • Snijd de ui in stukken, de prei in ringen, de winterwortel in plakjes en de knolselderij in kleine blokjes.
  • Voeg alle groenten toe aan de bouillon.
  • Haal het vlees van het botmateriaal en voeg dit toe aan de bouillon.
  • Laat het geheel nu minstens 2 uur koken.
    Hoe langer het geheel kookt, hoe lekkerder de snert wordt. Als ik de tijd heb, staat een snert wel eens een hele dag te koken.
  • Zout naar smaak -proeven!- toevoegen.

Bij de snert eet ik bijna altijd brood met spek. De spek -ik gebruik speklapjes- kook ik altijd apart en voeg ik een half uur voordat de soep klaar is aan de soep toe.

De laatste jaren gebruik ik geen worst meer in de snert, omdat er teveel meuk in worst zit. Dit geldt zowel voor verse worst als voor rookworst. Een paar jaar geleden hebben we nog één keer een meukloze worst van een biologische slager gebruikt en dat was echt wel heel erg lekker: ouderwets lekker.

Snelle snertverhalen

Als je een bouillon lang laat trekken, trekken alle smaken goed uit het botmateriaal. De snert wordt dan smakelijker. Een bouillon hoeft niet lang te trekken. Als het vlees gaar is, kun je de bouillon ook gebruiken. Afhankelijk van welk vlees je gebruikt, kan dat al binnen een uur klaar zijn.

Als je snel snert op tafel wilt eten, dan kun je snert maken van spliterwten. Spliterwten hoef je niet te weken en de kooktijd is veel korter dan die van groene erwten.

In plaats van knolselderij kun je ook bleekselderij gebruiken. Heel handig in de zomer als er geen knolselderij te vinden is.

Een andere zomerse en supersnelle variant -ook lekker in de winter-, is een erwtensoep van doperwten.

Vegetarische of veganistische snertverhalen

Als je een vegetarische of veganistische snert wilt maken, maak je een bouillon van de afvalgroenten. Om de smaak te versterken, kun je 1 of 2 uien glazig bakken en daar water en de afvalgroenten aan toevoegen.

Je kunt naar keuze de uien in boter, ghee (vegetarisch) of plantaardige olie (veganistisch) bakken.

De soep van mama

(zoals ik het mij herinner)

Ingrediënten:

  • 400 gram groene erwten
  • 1 varkenspoot
  • 1-2 laurierbladeren
  • zout naar smaak
  • peper naar smaak
  • 2 preien – in ringen gesneden
  • 1 kleine knolselderij – schoongemaakt en in blokjes gesneden
  • 1 aardappel – geschild en in plakjes gesneden
  • een verse worst van ongeveer 300 gram

Doen:

  • Week de gewassen erwten.
  • Laat de erwten minsten 12 uur weken in ruim water.
  • Breng de varkenspoot en de erwten in het weekwater aan de kook.
  • Laat het geheel in een gesloten pan anderhalf à twee uur koken.
  • Voeg de prei, aardappel, knolselderij en de hele worst toe.
  • Haal na 20 minuten de laurierblaadjes, de gewelde worst en de varkenspoot uit de soep.
  • Laat de soep nog zo’n 10 minuten doorkoken.
  • Haal het vlees van de varkenspoot en voeg dit weer toe aan de soep.
  • Snijd de worst in plakjes en voeg dit weer toe aan de soep.
  • Serveer de soep of laat de soep naar eigen inzicht doorkoken

Eet smakelijk!