Verloofd

Op de dag van de verloving ging het keizerlijk gezelschap naar de mis in de plaatselijke kerk. Bij de kerk liet aartshertogin Sophie Elisabeth voorgaan. Met dit gebaar liet zij aan de buitenwereld zien dat Elisabeth voortaan de eerste vrouw van het rijk zou zijn. Na de dienst vroeg keizer Franz Joseph aan de pastoor: “Ich bitte, Hochwürden, segnen Sie uns, das ist meine Braut.” (Alstublieft, hoogwaardige, zegen ons, dit is mijn bruid).

Hertog Maximilian werd telegrafisch op de hoogte gesteld en zo ook de koning van Beieren, want ook hij moest officieel toestemming verlenen.

Op 24 augustus 1853 werd de verloving openbaar gemaakt via de Wiener Zeitung. Dit nieuws was een ware sensatie. Al lang had men gespeculeerd over een mogelijke bruid voor de keizer. Veel prinsessen waren de revue gepasseerd, maar nooit was de naam van Elisabeth genoemd. Ongeduldig wachtte men op de eerste portretten van de toekomstige keizerin. Elisabeth moest uren poseren voor schilders en tekenaars en vaak hield Franz Joseph haar gezelschap.

In adellijke kringen begon de roddelstroom. Elisabeth had net niet de juiste afkomst en ook de levensstijl van de vader van de bruid was een aanleiding tot roddel en achterklap.

Elisabeth bleef tot 31 augustus 1853 in Ischl.

Na haar terugkomst brak er een drukke tijd aan voor Elisabeth. Ze moest een zeer omvangrijk programma afwerken. Naast het leren van de geschiedenis van Oostenrijk en diverse talen zoals Frans, Italiaans, Tsjechisch, bestond het programma onder meer uit: hier mist een stuk tekst

De huwelijksceremonie werd gepland op 24 april 1854, een half jaar na de openbare, officiële bekendmaking van de verloving. Elisabeth werd in de tijd die volgde stiller en melancholieker, wat haar familie veel zorgen baarde. Hertogin Ludovika verzocht tevergeefs om de huwelijksceremonie te verplaatsen naar een datum na juni. De meeste adel zou dan niet in Wenen zijn, dus zou haar dochter minder verplichtingen hoeven aan te gaan.

In de Hofburg in Wenen richtte aartshertogin Sophie de  Vorzimmer, de Speisesaal, de Spiegelsaal, de Salon, het Kabinett en de Schlafzimmer voor het aanstaande bruidspaar in. Het was gebruikelijk dat elk lid van de keizerlijk familie minstens vijf kamers voor privégebruik had. Bij de inrichting van de kamers was het beste van het beste niet goed genoeg. Zo werd bijvoorbeeld het toiletgarnituur voor de aanstaande keizerin vervaardigd uit goud.