Verliefd

Elisabeth vergezelde haar moeder en haar zus Helene naar Ischl. Waarom nou juist Elisabeth meeging, is niet echt duidelijk. Mogelijk ging zij mee in plaats van hertog Max, maar het is ook mogelijk dat Elisabeth meeging om verdrietige ervaringen te verwerken. Zo was David, het broertje van haar vriendin Irene Paumgartten in april 1853 overleden.  Een man waar Elisabeth verliefd op was geworden, in haar gedichten wordt hij Richard genoemd, overleed kort daarna. Na deze ervaringen had Elisabeth melancholieke buien en doodwensen. Wat mogelijk ook een rol speelde in het besluit om Elisabeth mee te nemen: ze schreef al jaren met aartshertog Karl Ludwig en wellicht zag hertogin Ludovika in de toekomst een echtelijke verbintenis tussen deze twee jonge mensen.

Op 15 augustus 1853 kwamen de hertogin en haar dochters, anderhalf uur later dan gepland, aan in het hotel in Ischl. Door een migraineaanval van hertogin Ludovika had men de reis moeten onderbreken. Wegens het overlijden van een tante droegen hertogin Ludovika, Helene en Elisabeth rouwkleding. Omdat de koffers nog niet gearriveerd waren, bleef er niet veel over dan het afborstelen van de reiskleding. Aartshertogin Sophie, die samen met de rest van de keizerlijke familie in een gehuurde villa verbleef, stuurde één van haar kamervrouwen naar het hotel om Helene’s kapsel op te knappen.

De begroeting tussen hertogin Ludovika en haar dochters met de leden van de keizerlijke familie viel ietwat formeel uit. De omgangsvormen binnen de keizerlijk familie waren sowieso al aan de formele kant, maar vermoedelijk wist elke aanwezige wat er op het spel stond en werkte dat een meer ontspannen sfeer tegen. Helene zag er bleek en streng uit in haar zwarte kleren. Zwart flatteerde haar niet, dit in tegenstelling tot Elisabeth. Zij zag er alleraardigst uit in het zwart. Voor keizer Franz Joseph was het liefde op het eerste gezicht: hij had alleen maar ogen voor Elisabeth. Dit viel ook veel van de aanwezigen op.

Op het bal, dat ter ere van de verjaardag van de keizer werd gehouden, zag Helene er prachtig uit. Ze was gekleed in een  japon van witte zijde en had klimop in haar haar. Maar keizer Franz Joseph had alleen maar ogen voor Elisabeth, die gekleed ging in een witroze mousselinen japon. Haar vlechten werden uit haar gezicht gehouden met een pijlvormige diamanten speld.

Keizer Franz Joseph danste de eerste dansen niet mee, maar volgde alleen Elisabeth tijdens het dansen. De cotillon danste de keizer met Elisabeth en ook het cotillonboeket was voor Elisabeth. Traditioneel betekende de partnerkeuze voor de cotillon en het geven van het cotillonboeket “jij bent mijn uitverkorene”, dus min of meer een verlovingsafspraak.

Op 18 augustus 1853 vroeg keizer Franz Joseph aan zijn moeder of zij zijn tante Ludovika wilde benaderen. Hertogin Ludovika moest aan haar dochter vragen of zij met hem wilde trouwen. Hij benadrukte met klem dat er geen druk op Elisabeth mocht uitgeoefend worden. Elisabeth schijnt tegen haar kamenierster gezegd te hebben: “Ja, ich habe der Kaiser lieb. Wenn er nur keinen Kaiser wäre!” (Ja, ik hou van de keizer. Was hij maar geen keizer). Na het uiten van haar bedenkingen, zei haar moeder: “Einem Kaiser von Österreich gibt man keinen Korb” (Een keizer van Oostenrijk laat men geen blauwtje lopen).

Hertogin Ludovika stuurde de volgende morgen zeer vroeg al een briefje aan haar zuster, die haar zoon op de hoogte stelde. Nog voor 8 uur was keizer Franz Joseph in het hotel bij zijn uitverkorene. Vanaf dat moment stelde keizer Franz Joseph Elisabeth voor als zijn bruid. De verloving was een feit.