Venue: de achterbank

Ik zou toch zo graag nog eens bij papa en mam op de achterbank in de auto zitten en dan het liefst in het midden van de nacht. In mijn herinneringen was het nacht als het donker was.

Tweehonderdtwintig kilometer heen en tweehonderdtwintig kilometer terug reden we als naar het noorden gingen, als we naar opa en oma Kiel en/of naar opa en oma Sappemeer gingen. We reden altijd via de Afsluitdijk. De Afsluitdijk had en heeft nog steeds een speciaal plekje in mijn hart. De Afsluitdijk was en is een fysieke grens tussen mijn leven toen en mijn leven nu. Best bizar, want ik was net acht toen we aan de andere kant van De Afsluitdijk gingen wonen én ik woon nog steeds aan die andere kant.

Tijdens de nachtelijke ritten viel mijn zusje vaak in slaap en lag dan achter mij op de achterbank. Ik zat dan in het midden en op het puntje van diezelfde bank en hing min of meer tussen de twee voorstoelen. Van veiligheidsriemen had nog niemand ooit gehoord.

Het was altijd zo knus en het voelde zo intens veilig. Ik luisterde de gesprekken tussen papa en mama af en voorzag ze natuurlijk van het nodige, al dan niet ongewenste, commentaar. Mijn mooiste herinneringen waren toch wel de concerten in de auto.

De band, slechts twee vocalisten, bestond uit papa en mama. De verlichting bestond uit voorbij flitsende lantaarns, de lampen van tegemoetkomende en voorbij rijdende auto’s. De setlisten ben ik helaas kwijt, maar ik kan mij nog wel een aantal nummers herinneren. Ik kan ze zelfs nog -bijna allemaal- zingen.

  • Een veldmuis
  • In naam van Oranje, doe open de poort
  • De Zilvervloot
  • Wie Neerlands bloed
  • Een veldmuis vond in het beukenbos
  • De paden op, de lanen in
  • Roodborstje
  • Onder moeders paraplu
  • Ain boer wol noar zien noaber tou
  • Mama, ‘k wil een man hè
  • Waar de blanke top der duinen

en natuurlijk ook altijd het nummer dat begint met de woorden: Van Louwerszee tot Dollard tou.