Meester Slooten

Toen ik vanmorgen de krant las, kwam ik dit bericht tegen. Ik was stomverbaasd. Meester Slooten was toch al jaren met pensioen? Na het lezen wist ik dat het bij hem, na een half jaar pensioen, weer was gaan kriebelen. Tijdens en na het lezen van het artikel, buitelden de herinneringen door mijn hoofd.

Na een moderne start op een lagere school in Drachten, werd ik begin december 1969 geconfronteerd met de belachelijk ouderwetse en strenge wethouder Jan Blankenschool in Krommenie. Van het boom-roos-vis moest ik ineens geloven aan het aap-noot-mies. Van het zitten in tafelgroepjes aan mooie moderne tafeltjes, zat ik ineens in een rij aan een oud tafeltje waar in een lang verleden een inktpot in had gezeten. Mijn prachtige verbonden staand schrift moest op stel en sprong gewijzigd worden in het verbonden schuin schrift.

In de tweede klas hadden wij juf Jongeneel en in de derde klas kregen wij meester Slooten. Ik heb altijd gedacht altijd dat hij een nieuwe meester was, maar dat was klopt dus niet met zijn huidige vijftigjarig jubileum.  Meester Slooten -je zei toen écht geen Bart of meester Bart- was een strenge, maar ook leuke meester. Hij had een eigenaardigheid die veel oud-leerlingen nooit zijn vergeten. Als hij kwaad werd, dan riep hij heel hard: “Mijn bloed wordt karnemelk!” Wij werden dan op slag stil. Aan het einde van elke schooldag liep met zijn liniaal door de klas. Daar richtte hij mee langs de rijen: de rijen van voor naar achter én de rijen van links naar rechts. Wij moesten onze tafels dan verschuiven tot ze perfect in het gelid stonden.

De tweede, de derde klas en volgens mij nog een klas van een andere school waren toen gevestigd in een dependance aan wat nu de Rosariumlaan heet. Gymen deden wij in de, toen nagelnieuwe,  J.L.C. Gordijnhal.  Als wij naar de gymhal liepen, dan was het een hele eer als je de sportschoenen van meester Slooten mocht dragen.

Wat mij ook is bijgebleven zijn de muzieklessen van meester Slooten. Echte muzieklessen waren het niet, want wij leerden alleen maar zingen. Volgens mij begeleidde hij ons met zijn blokfluit. Heel veel van die liedjes zitten nog in mijn hoofd: Al die willen te kaap’ren varen, Allen die willen naar Island gaan, ’t Ros Beijaard et cetera. Heel leuk vond ik het in canon zingen.

Meester Slooten kon ook heel mooi schrijven. Hij schreef natuurlijk ook in mijn poesie-album. Binnenkort plaats ik hier een foto.

Ik heb meester Slooten na de lagere school nog twee keer gezien. De eerste keer was tijdens de reünie van de zesde klassen van mijn lichting en de tweede keer was tijdens een bezoek in bezoekerscentrum De Hoep te Castricum. Ik was daar een excursie -die uiteindelijk niet doorging- aan het voorbereiden. Hij was daar met zijn klas op excursie. Toen ik hem aansprak, herkende hij mij niet meer. Jammer. Hij bij mij wel een grote indruk achtergelaten.